Waarom?

Een analoge pinholecamera is een eenvoudige camera, zonder lens. In plaats van een lens wordt het licht “gevangen” door een piepklein gaatje. Licht van het onderwerp gaat door het piepkleine gaatje de camera in en creëert een omgekeerd beeld aan de andere kant van de camera. Aan de andere kant van de camera is in de regel een film of fotografisch papier geplaatst waar het beeld op wordt vastgelegd. De foto’s zijn overal even (on)scherp.

De camera kan een gekochte pinholecamera zijn, maar het is ook mogelijk om een oude analoge “lenscamera” om te bouwen tot pinholecamera. Als het nog simpeler moet, kan ook gewoon een lichtdicht blik, doosje of iets dergelijks worden gebruikt. Hierin wordt dan aan de ene kant een fotografisch papier geplaatst, en aan de andere kant wordt een piepklein gaatje gemaakt (de pinhole).

De piepkleine gaatjes zorgen van diafragma’s van “pak hem beet” F/100 tot wel F/350 of soms nog meer. Het gevolg hiervan is dat de belichtingstijd behoorlijk kan oplopen. Dit kan, samen met o.a. de overal gelijke (on)scherpte verassende resultaten opleveren.

Wat mij vooral aanspreekt is de eenvoud en het onvoorspelbare, unieke resultaat.

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: